Vooraf waren bij mij de verwachtingen voor Oranje tijdens het WK onder 17 toch behoorlijk hoog. Vooraf schreef ik dat Oranje in een poul met Iran, Gambia en Colombia toch eigenlijk door zou moeten gaan naar de volgende ronde. Helaas stelden de jongens van bondscoach Albert Stuivenberg erg teleur.
Het team heeft genoeg individuele kwaliteiten om te kunnen winnen van de tegenstanders in poul C. Met name de kwaliteiten van aanvoerder Oguzhan Özyakup (Arsenal) en Luc Castaignos (Feyenoord) zorgden voor een verwachtingspatroon die niet werd waargemaakt. Zo kon Özyakup niet zijn stempel drukken op de aanvallen van Oranje en stond Castaignos vaak geïsolleerd op een eilandje in de voorhoede. Het Nederlands elftal oogde eerder flets dan als een hecht team dat kwam om te winnen. Passes kwamen niet aan, dribbels stranden in een vroeg stadium en de spelers leken stil te staan. Dit alles resulteerde in het hanteren van de lange bal van achteruit, waarna Castaignos het in de lucht moest afleggen.
Ik vond het opvallend dat het Nederlands elftal over behoorlijk wat lengte en body beschikt. In andere jeugdtoernooien staan Nederlandse teams namelijk bekend om hun technische maar fysiek beperkte spelers. Tijdens dit WK onder 17 leken de rollen juist omgedraaid, wat resulteerde in een slordig spelbeeld.
Nu moeten we ook niet te dramatisch doen over de derde plaats van Oranje in de poul, want dit is pas de tweede keer dat Nederland meedoet aan het jeugd WK onder 17. Daarnaast heeft deze lichting kunnen ruiken aan tegenstanders uit Afrika, Azië én Zuid-Amerika. Ook de ervaring van het spelen onder zware weersomstandigheden (hitte en droogte) en in een andere cultuur kunnen de jonge spelers in hun zak steken.
Als conclusie moet ik helaas wel opmerken dat het niveau van het Nederlands elftal op internationaal niveau toch niet hoog genoeg ligt. Een kleine troost: ook Brazilië en Duitsland eindigden teleurstellend derde...

















